Antiquariaat Brandaan is één van de zes antiquariaten die Leeuwarden rijk is. Begonnen in 1993, toen Jan van der Woude de zaak oprichtte. Brandaan is gespecialiseerd in topografie en geschiedenis van Friesland. Een gesprek met Jan, die de zaak gaat overdragen aan zijn zoon.
Hoe bent u in het vak beland?
‘Voor ik antiquaar werd, heb ik allerlei soorten werk gedaan om uiteindelijk leraar geschiedenis aan een avondschool te worden. Ik speelde al jaren met het idee om een boekenzaak te beginnen. In 1970 kwam ik in Leeuwarden wonen en toen onderzocht ik al de mogelijkheid een pand te huren in de binnenstad. De liefde voor boeken zit me in het bloed. Van kinds af aan lees ik alles wat los en vast zit. Ik kreeg het lezen met de paplepel ingegoten omdat mijn vader schoolmeester was en mijn moeder onderwijzeres.
Al jaren kwam ik in de tabakszaak van de heer Wynsma in Leeuwarden, die tot zijn tweeëntachtigste in de winkel heeft gestaan. Ik vond het altijd een mooie winkel en dacht: de sigaren eruit en de boeken erin. Ook de locatie trok me. Net tegen het oude centrum aan, op een oude wal, enfin de naam zegt het al: Oostergrachtswal. Toen Wynsma er in 1983 mee stopte kocht ik het pand en begon een jarenlange verbouwing van winkelruimte, bovenwoning, binnentuin en loods. Aanvankelijk dacht ik nog dat dat wel te doen zou zijn in een jaar of vijf, maar dat viel tegen! Toen het klaar was ik tien jaar verder.’
Wanneer begon u met Brandaan?
‘Tijdens de verbouwingsjaren is veel ingekocht, zodat met een behoorlijke voorraad kon worden gestart. In 1993 ging de winkel open, die ik tot het jaar 2000 met een vriend runde. De eerste jaren hadden we een vrij algemene voorraad met veel Nederlandse en buitenlandse literatuur. Maar sinds de verkoop via internet zijn daarvan alleen enkele kasten met algemene en Nederlandse geschiedenis overgebleven. Vanaf 2000 ben ik me volledig gaan richten op Friesland: taal- en letterkunde, topografie en geschiedenis. Dat is een heel goede zet geweest. Er is niet alleen veel vraag naar dergelijke boeken in Friesland, maar ook over de provinciegrenzen. Zo zijn er veel Friezen om utens, die elders in Nederland of in het buitenland zijn gaan wonen, maar toch nog binding hebben met het Heitelân, het land van herkomst. Dat kan letterlijk ver gaan: we krijgen ook bestellingen uit Amerika, Nieuw-Zeeland, Australië en Japan.’
Zo te horen is internet dan ook een belangrijk verkoopkanaal voor u.
‘O ja, ik moet het inmiddels vrijwel uitsluitend van de internetverkoop hebben. In 2008 is de winkel gesloten voor publiek. Tot 2000 had ik een vaste klantenkring, maar uiteindelijk kwam er een kentering. Het internet heeft hierin een duidelijke rol gespeeld. We hebben nu een wereldwijde klantenkring. Overigens leent onze specialisatie op Friesland zich daar goed toe. Als je een winkel hebt, ben je gebaat bij een algemene voorraad omdat Friezen niet alleen over Friesland willen lezen. Wat ik trouwens een groot voordeel vind van een gesloten antiquariaat is dat ik me zelf ook niet meer hoef aan te passen aan de openingstijden. Heel prettig is dat!’
Hoeveel boeken over Friesland heeft u, dat u van een specialisatie spreekt?‘Poeh.. ik denk zo’n tienduizend. Ja, daar komt het ongeveer op neer. De helft daarvan staat op internet. Denk overigens niet dat het alleen de duurste boeken zijn die ik online zet. Ik maak daar geen onderscheid in; alles over Friesland komt erop. Dus ook kleine geschriften, brochures en dergelijke, die misschien maar vijf euro waard zijn. Hier in Leeuwarden zat jarenlang antiquariaat De Tille, ook in Friesland gespecialiseerd. De Tille zat duidelijk in een duurder segment, wij richten ons toch overwegend op goedkopere boeken.’
Wat vormt binnen uw specialisatie een grote afdeling?
‘De Friese literatuur vormt een belangrijk bestanddeel. Mijn vrouw is een echte Friezin en zij geeft me adviezen. Zo heb ik mijn gevoel ontwikkeld voor wat bijzonder is en goed. Om enkele voorbeelden te noemen: Anne Wadman, Trinus Riemersma en Durk van der Ploeg. Die laatste is erg bekend geworden met Foarby it Borkumer fjoer over de ondergang van de visservloot bij Peazens-Moddergat. Van zijn hand is ook de historische roman Skepsels fan God, die speelt in de Dokkumer Wouden. Schitterende boeken, maar de reden dat ze niet zo bekend zijn in de rest van Nederland is dat ze onvertaald blijven. Erg jammer. De Friezen zelf vormen ook niet een enorm publiek. Er zijn er zo’n half miljoen, maar lang niet iedere Fries leest de boeken in het Fries. Ook dat is jammer, want het Fries is een mooie taal met prachtige uitdrukkingen. In mijn ouderlijk huis hing de volgende spreuk aan de wand: Dy’t fan’e bargen net omwrot wurde wol, moat fan’e ruchskerne bliuwe. Letterlijk: wie niet door de varkens omgewoeld wil worden moet uit de buurt van de mestvaalt blijven. Ik ben half-Fries en heb de taal op latere leeftijd geleerd, toen ik mijn vrouw leerde kennen. Maar het duurde nog jaren voordat ik het Fries ook durfde spreken.’
Kunt u nog een aantal titels noemen die goed verkopen?
‘Even langs de kasten lopen…ja, bijvoorbeeld Kroniekvan een Friese boer, de aantekeningen van de Wirdumer Doeke Hellema uit de jaren 1821-1846 is een succesvol boek. Of de twee delen van dr. G.A. Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland. Rienks en Walther’s Binnendiken en slieperdiken is ook gezocht, evenals Faber’s Drie eeuwen Friesland, en voor wat Leeuwarden betreft nog altijd Wopke Eekhoff’s Geschiedkundige beschrijving. Wat het verder goed doet is genealogie. Bij voorbeeld het boek van Johannes Oostra over het geslacht Siderius, een dikke pil van vijftig euro en toch verkoop ik hem wel. Voor wat de literatuur betreft denk ik aan de romans van Rink van der Velde en Hylke Speerstra en aan de gedichten van Obe Postma. Ook aardig is het boek Kneppelfreed van Pieter Boomsma. Dat gaat over de strijd die Friezen begin jaren vijftig voerden om zich voor de rechtbank in de eigen taal te mogen uiten. De dichter Fedde Schurer was daar een fervent pleitbezorger van en dat kwam hem op een proces te staan! Het proces vond plaats op een vrijdag, trok veel publiek en liep op een fikse oproer uit, waarbij de politie de gummistok hanteerde. Vandaar de naam: knuppelvrijdag.’
Heeft verkoop via internet ook nadelen?
‘Je hoort het wel vaker, maar het is waar: internet is onpersoonlijker en dat maakt het wat saai. Verder is het een hoop werk. Een bestelling komt binnen, maar anders dan in een winkel moet je die eerst nog inpakken en versturen, terwijl je er hetzelfde voor krijgt. Een relatie met een klant bouw je ook niet op, want je ziet en spreekt elkaar niet. Hoe anders was dat vroeger met de winkel! De meeste mensen kende je. Het leukste vind ik het overigens om op markten te staan. Dat heb ik jaren met veel plezier gedaan. Dat is nog directer: je spreekt talloze mensen op een dag, het is een heel directe manier van handeldrijven.’
Zult u de zaak niet missen straks, als uw zoon hem overneemt?
‘Zeker, maar daarom ga ik er ook niet helemaal mee stoppen. Ik blijf helpen. Met mijn zoon als opvolger heb ik het echt getroffen. Hij is tweetalig opgevoed en dus geknipt voor de specialisatie in Friese boeken.’

