ANTIQBOOK     W.F. Hermans - biografie en bibliografie
         boeken  |  info    
ANTIQBOOK

Home

Terug naar Info Index

Hermans

Hermans

Hermans

Hermans

Hermans

Hermans

Heeft u aanvullingen op deze bibliografie?
Laat het ons weten

Boeken zoeken Naar bibliografie
Schrijver:
Titel:
Zoekt u een bepaald boek van deze auteur?
Kopieer de titel, plak die in het titelveld en klik op de knop 'Zoeken'.
Wilt u alle boeken van deze auteur zien die Antiqbook aanbiedt?
Laat het titelveld leeg en klik op de knop 'Zoeken'.

Willem Frederik Hermans (1921-1995)


Ik heb altijd gelijk

Affiche toneelstuk: Hermans in conflict met Van Oorschot Individualist
Hermans was schrijver en wetenschapper. Na het gymnasium studeerde hij fysische geografie. Hij promoveerde in 1955 en werkte aan de universiteit van Groningen, van 1958 tot 1973. Toen verliet hij Nederland voor Parijs. Hermans wordt wel gezien als een van de ‘Grote Drie’ in onze literatuur, naast Mulisch en Reve. Opvallend is dat Hermans niet in te delen valt bij een bepaalde stroming. Hij was in zijn leven en werk een individualist, voor wie geen middenweg bestond en die niet zelden de confrontatie opzocht. Zijn proza valt onder te verdelen in vele romans (o.a. De God Denkbaar-Denkbaar de god , 1956 en Au pair (1989), novelles (o.a. Het behouden huis (1951) en Homme’s hoest (1980), toneel (o.a. Drie drama’s (1966) en Periander (1974) en essays (o.m. Ik draag geen helm met vederbos (1979) en Wittgenstein (1990).

Hermans als wetenschapper
Hermans promoveerde cum laude met nog maar moeilijk te krijgen Description et genèse des dépôts meubles de surface et du relief de l'Oesling (1955), over de aardlagen in de Limburgse Ösling. In Nooit meer slapen (1966) komt zijn werk als wetenschapper al sterk naar voren: de geoloog Alfred Issendorf heeft tijdens een Noorse expeditie voortdurend te kampen met tegenslag, zowel door de natuur als onwelwillende collegae. Ook Hermans’ werk als wetenschapper kenmerkte zich door strubbelingen. Enerzijds was daar zijn eigen kritiek: hij voelde zich erg tegengewerkt in zijn werk omdat hij geen goed laboratorium tot zijn beschikking kreeg en geen veldwerk kon doen; anderzijds beklaagden zijn collega’s zich over hem, die vonden dat hij te weinig op college verscheen en meer tijd besteedde aan zijn schrijverswerk dan aan de wetenschap. De zaak escaleerde toen in 1973 van staatswege een onderzoek werd gelast naar Hermans. Een commissie pleitte hem volledig vrij van de beschuldigingen omtrent zijn werk, maar Hermans had er genoeg van. Hij nam ontslag en verhuisde naar Parijs. Op ondubbelzinnige wijze heeft hij later zijn vroegere collega’s lik op stuk gegeven, onder meer in de sleutelroman Onder Professoren (1975), Uit talloos veel miljoenen (1981) en zijn laatste roman Ruisend gruis (1995).

Pessimistische levensvisie
Het lijkt opvallend dat Hermans gedurende lange tijd nog een actieve baan had als wetenschapper, terwijl hij ook een zeer productieve schrijver was. Maar juist de (exacte) wetenschap speelt een grote rol in zijn levensvisie en zijn werk. Hermans is een pessimist: de mens heeft simpelweg niet genoeg middelen tot zijn beschikking om zijn bestaan te begrijpen. Dit thema komt sterk naar voren in Het sadistisch universum , 1964, maar ook in romans als De tranen der acacia’s (1949) en De donkere kamer van Damocles (1958). Hij leidt een leven waarin allerlei mislukkingen optreden door de confrontatie tussen het eigen wereldbeeld en de wereld zoals die zich voordoet aan de mens. Er zijn geen waarheden, er valt weinig zinnigs over het leven te zeggen. Het leven is hard en willekeurig, de mens vecht een strijd die hij niet kan begrijpen. Goed willen doen in deze wereld heeft weinig zin. De exacte wetenschap en de logica zijn echter de enige middelen om nog controleerbare en betrouwbare uitspraken te doen, in die zin vormen ze dus een positief uitgangspunt voor Hermans.

Kritieken
Hermans deinsde er niet voor terug om zijn ongezouten mening te geven. De titel van het boek Ik heb altijd gelijk (1952) zou ook op hemzelf van toepassing kunnen zijn. Naast de al eerdere genoemde romans die Hermans schreef als reactie op zijn vroegere collega’s in de wetenschap, moesten ook anderen het ontgelden. De schrijver Cees Buddingh’ was zo aangedaan door Hermans’ scherpe kritiek dat hij geen dagboeken meer publiceerde. En ook veel andere bekenden in het literaire wereldje pakte hij stevig aan: beroemd zijn De mandarijnen op zwavelzuur (1964). Nadat tot begin jaren zeventig de Tweede Wereldoorlog een belangrijk thema voor Hermans was geweest (De tranen der acacia’s (1949) is hiervan een mooi voorbeeld), werd de jaren-zestiggeneratie een belangrijk onderwerp in zijn werk: o.m. in Boze brieven van Bijkaart (1977). Ook hierin liet hij zijn scherpe pen niet onbenut.

Pseudoniemen
Pater Frater B.I.M. Boefjes O.F.M., Age Bijkaart, G. van Grijnen, W.F. Hermans-Bernards, Dirk Hosselaar, Camille Houckaert, Fjodor Klondyke, OAS, Pater Anastase Prudhomme S.J., Sita van de Wissel, L.A. de Witt, Prof. Dr. B.J.O. Zomerplaag

Links
Een pracht site van het Willem Frederik Hermans instituut
De Hermans site van een lezer

Bibliografie W.F. Hermans

Zoek titel bij Antiqbook
Please send comments or suggestions


© Copyright 2008, Antiqbook